Vetus BW312A Fiche technique

Bedieningshandleiding en
installatie instructies
Operation manual and installation
instructions
Bedienungshandbuch und
Installationsvorschriften
Manuel d’utilisation et instructions
d’installation
Manuale d’uso e istruzioni per
l’installazione
Manual de uso e instrucciones de
instalación
Accuwachter
Battery watch
Batteriewächter
Controleur de batterie
Cargador automático de batería
Dispositivo di controllo delle batterie
BW312A
BW324A
Copyright © 2005 Vetus den Ouden n.v. Schiedam Holland

Inhoud
Inleiding 1
Bediening 3
Installatie 5
Technische gegevens 8
Hoofdafmetingen 49
Aansluitschema 50
Installatievoorbeelden 52
Inhalt
Einleitung 17
Bedienung 19
Installierung 21
Technische Daten 24
Hauptabmessungen 49
Anschlußschema 50
Installierungsbeispiele 52
Indice
Introducción 33
Operación 35
Instalación 37
Especificaciones técnicas 40
Dimensiones generales 49
Esquema de conexiones 50
Ejemplos de instalación 52
Contents
Introduction 9
Operation 11
Installation 13
Technical data 16
Overall dimensions 49
Wiring diagram 50
Installation examples 52
Sommaire
Introduction 25
Utilisation 27
Installation 29
Spécifications techniques 32
Encombrement 49
Schéma de raccordement 50
Exemples d’installation 52
Indice
Introduzione 41
Comandi 43
Installazione 45
Dati tecnici 48
Principali valori di ingombro 49
Schema dei collegamenti 50
Esempi di installazione 52

090303.03 1
Accuwachter BW312A / BW324A
Inleiding
De Vetus accuwachter BW3 regelt en controleert 3 gescheiden accu’s (b.v. lichtaccu, star-
taccu en boegschroefaccu) en zorgt er voor dat alle 3 de accu’s gelijktijdig door de dyna-
mo van de motor worden geladen.
Door het toepassen van een andere technologie, dan veelal bij scheidingsdiodes gebrui-
kelijk is, is het spanningsverlies van de Vetus accuwachter beduidend lager; n.l. minder
dan ca. 0,1 Volt bij een stroom van 25 A per diode.
Ter vergelijking een scheidingsdiode geeft normaal een spanningsverlies van ca. 0,7 Volt.
Dit wil zeggen dat de laadspanning van de accu’s ca. 0,7 Volt lager is dan de uitgang-
spanning van de dynamo. De accu’s zullen bij die lagere laadspanning nooit voor 100%
geladen worden. Een accu die altijd voor minder dan 100% geladen wordt heeft een zeer
korte levensduur! Om de accu’s toch voor 100% te laden moet de laadspanning van de
dynamo worden gecompenseerd. Bij bepaalde dynamo’s is deze vereiste laadspannings-
compensatie niet eenvoudig uitvoerbaar.
Bij de Vetus accuwachter is compensatie van de laadspanning niet nodig.
Naast de drievoudige scheidingsdiode bevat de accuwachter de volgende extra voorzie-
ningen (zie ook het blokschema):
Voltmeter
Door middel van een digitale LCD voltmeter wordt de spanning van elk van de 3 aange-
sloten accu’s automatisch met tussenpozen weergegeven. De respectievelijke LED licht
op om aan te geven van welke accu de spanning wordt weergegeven. Tevens kan met een
schakelaar de aanwijzing van de spanning van een accu worden vastgehouden.
Een onderspanningsbewaking
Bij elk van de 3 aangesloten accu’s wordt een onderspanning gesignaleerd door middel
van een waarschuwings-LED en een uitschakelbare zoemer.
Een ontlaadbeveiliging voor de lichtaccu
Bij een te lage spanning van de lichtaccu worden de verbruikers uitgeschakeld. Als de
spanning van de lichtaccu weer voldoende hoog is worden de verbruikers automatisch
weer ingeschakeld.
Door deze voorziening wordt te ver ontladen van de lichtaccu voorkomen. Regelmatig te
ver ontiaden van een accu verkort de levensduur enorm.
Door middel van een LED op het bedieningspaneel wordt aangeven of de verbruikers inge-
schakeld zijn.
Een hoofdschakelaar voor de verbruikers van de lichtaccu
Ook kunnen, door middel van een schakelaar op het bedieningspaneel, de verbruikers van

de lichtaccu eenvoudig worden in- of uitgeschakeld. Een vaak slecht bereikbare hoofd-
schakelaar behoeft daarom niet geïnstalleerd te worden.
Een druppellader voor de start- en boegschroefaccu
Door deze voorziening kunnen de start- en de boegschroefaccu worden meegeladen met
de lichtaccu als de laatste door een acculader/omvormer wordt geladen. Een accula-
der/omvormer kan niet door middel van scheidingsdiodes, op de zelfde manier als een
dynamo, met de accu’s worden verbonden. Tijdens het laden loopt er stroom van de accu-
lader/omvormer naar de accu terwijl er tijdens het omvormen loopt er stroom van de accu
naar de acculader/omvormer.
Een dynamo-laadcontrole
Een indicatie of tijdens draaien van de motor de dynamo daadwerkelijk de accu’s bijlaadt.
2090303.03 Accuwachter BW312A / BW324A
2
4B+
B-
9
M11
M
RELAY
+ LIGHT + CONSU-
MERS LIGHT
NEG. + THRUSTER + START
3
1
6 7 8 10
5
B+ ALTERNATOR
ALARM
12
ALARM
RELAY
RELAY
+ LIGHT THRUSTER + START
PANEL
12
12
V
ALARMALARM
15
13
ALTERNATOR
ALARM
+ CONSUMERS B + ALT
16
16
16
17
14
Blokschema accuwachter BW3
Blokschema bedieningspaneel accuwachter BW3
1 Accuwachter
2 Ontlaadbeveiliging/
hoofdrelais
3 Druppellader
4 Dynamo
5 Acculader/ omvormer
6 Lichtaccu
7 Verbruikers lichtaccu
8 Boegschroefaccu
9 Boegschroef
10 Startaccu
11 Startmotor
12 Schakelaar met con-
trole-LED
13 Voltmeter
14 Onderspannings-
bewaking
15 Alarmzoemer
16 Waarschuwings LED’s
17 ‘Battery select’

090303.03 3
Accuwachter BW312A / BW324A
Bediening
Het gebruik van zowel de boegschroef- als de star-
taccu is altijd mogelijk ongeacht de stand van alle
schakelaars op het bedieningspaneel.
Ook zullen, als de motor draait, alle accu’s door de
dynamo worden bijgeladen. Dit wordt op het bedie-
ningspaneel aangeven door de LED ‘ALTERNATOR’.
Tevens kan een eventueel aangesloten
acculader/omvormer worden gebruikt. Er kan dan
worden heen en weer geschakeld tussen omvormen
en accu laden al naar gelang er wel of geen span-
ning wordt geleverd door de walaansluiting (of door
de generatorset).
N.B. Alleen de lichtaccu is aangesloten op de
acculader/omvormer.
De functie van de schakelaars en de LED’s
Of een schakelaar al of niet is ingeschakeld wordt weergeven door een LED direct naast
elke schakelaar
PANEL-Schakelaar -1 -
De ‘PANEL’ schakelaar is de hoofdschakelaar voor alle andere functies van het paneel met
uitzondering van de ‘RELAY’ schakelaar en de dynamo laadcontrole.
Zet de ‘PANEL’ schakelaar op ‘ON’; de spanning van elk van de 3 accu’s zal nu automa-
tisch met tussenpozen van 3 seconden op de LCD uitlezing worden weergegeven.
Zet tijdens het van boord gaan de ‘PANEL’ schakelaar en de ‘RELAY’ schakelaar op ‘OFF’;
laat de schakelaar ‘ALARM’ in de gewenste stand staan. De accuwachter verbruikt dan
geen stroom meer en de verbruikers van de lichtaccu kunnen ook geen stroom meer ver-
bruiken. Zet bij het weer aan boord komen de ‘PANEL’ schakelaar en de ‘RELAY’ schake-
laar op ‘ON’ en het geheel is weer operationeel.
Onderspannings-bewaking
Indien door ontlading de spanning van een of meerdere van de accu’s is gedaald tot 11
Volt resp. 22,5 Volt zal de LED ‘ALARM’ oplichten en de zoemer geactiveerd worden. Zie
ook ‘ALARM’.

4090303.03 Accuwachter BW312A / BW324A
RELAY-Schakelaar -2-
Zet de ‘RELAY’ schakelaar op ‘ON’ en het relais van de accuwachter wordt ingeschakeld.
De verbruikers welke aangesloten zijn op de ‘+CONSUMERS’ aansluiting worden nu,
onafhankelijk van de stand van de ‘PANEL’schakelaar, verbonden met de lichtaccu.
Ontlaadbeveiliging
Indien door ontlading de spanning van de lichtaccu is gedaald tot 10,5 Volt resp. 22 Volt
wordt het relais uitgeschakeld. Hiermee wordt voorkomen dat de verbruikers de lichtaccu
ontoelaatbaar ontladen. Zodra de accuspanning weer gestegen is tot 11,5 Volt resp. 23,5
Volt wordt het relais weer ingeschakeld.
Of het relais in- of uitgeschakeld is wordt aangegeven door de LED ‘RELAY’.
N.B. De ontlaadbeveiliging kan niet worden afgezet.
Automatische druppellader
Indien een acculader/omvormer is aangesloten op de lichtaccu kan de acculader ook de
onderhoudslading voor de boegschroef- en de startaccu verzorgen (druppellading).
Als de spanning van de lichtaccu hoger is dan 13,2 V wordt de druppellader ingeschakeld.
Als de spanning van de lichtaccu is gedaald tot onder de 12,2 V wordt de druppellader
weer uitgeschakeld.
ALARM-Schakelaar -3-
Met de schakelaar ‘ALARM’ kan worden ingesteld of de zoemer wel of g0en alarm zal
geven tijdens signalering van onderspanning van een of meerdere van de accu’s.
BATTERY SELECT Schakelaar -4-
Met de schakelaar ‘BATTERY SELECT’kan de weergave van de spanning van een accu
worden vastgehouden. Een de LED’s ‘LIGHT’, ‘START’of ‘THRUSTER’licht op om aan te
geven van welke accu de spanning wordt weergegeven.
ALARM-LED -5-
Deze LED geeft aan of de spanning van een of meerdere van de accu’s is gedaalt tot 11
Volt resp. 22,5 Volt.
RELAY-LED -6
Deze LED geeft aan dat het relais dat de verbruikers met de lichtaccu verbindt ingescha-
keld is.
ALTERNATOR-LED -7
Deze LED geeft aan dat de dynamo de accu’s oplaadt.
De accuwachter is vrij van enig onderhoud.

090303.03 5
Accuwachter BW312A / BW324A
Installatie
Opstelling accuwachter
Kies een droge plaats op geruime afstand van een warmtebron. Stel de accuwachter bij
voorkeur zo centraal mogelijk op tussen de accu’s, de dynamo en de acculader/omvor-
mer.
Plaats de accuwachter niet pal boven een accu; zwavelhoudende accudampen kunnen
schade aan de elektronica veroorzaken.
Aansluiten
Voor aansluitschema, zie blz. 50.
Pas voor het aansluiten van de accuwachter kabels met een voldoende grote draaddoor-
snede toe.
Tenminste 25 mm2, bij kabels langer dan 1 m tenminste 35 mm2.
WAARSCHUWING
Grote stromen door de draden of overgangsweerstanden veroorzaakt door slechte
verbindingen kunnen er toe leiden dat draden of (stekker)verbindingen zeer heet wor-
den en brand kunnen veroorzaken. Gebruik deugdelijke verbindingsmaterialen.
Functie van de aansluitingen
B+ ALTERNATOR:
Sluit hierop de B+ van de dynamo aan.
In plaats van ‘B+’ kan op de dynamo ook een van de volgende aanduidingen voorko
men: B+51, 51, B+30, B, BAT of 30.
De B+ aansluiting van de dynamo is normaliter aangesloten op die + aansluiting van
het startrelais waarop ook de pluskabel van de startaccu is aangesloten.
Neem de verbinding, van dynamo B+ naar startrelais, los.
+ LIGHT:
Sluit hierop de kabel naar de pluspool van de lichtaccu aan. Sluit behalve een eventuele
acculader/omvormer geen verbruikers direct aan op de lichtaccu.
+ CONSUMERS
Sluit hierop de stroomverbruikers van de lichtaccu zoals de verlichting, pompen,
ventilatoren e.d. aan.
Sluit stroomverbruikers welke meer dan 70 A (12 V), resp. 40 A (24 V), verbruiken
direct aan op de pluspool van de licht accu!

6090303.03 Accuwachter BW312A / BW324A
BOW PROP
Sluit hierop de kabel naar de pluspool van de accu voor de boegschroef of een ankerlier
aan.
+ START
Sluit hierop de kabel naar de pluspool van de accu voor de startmotor aan.
Sluit een eventuele omvormer of omvormer/acculader combinatie rechtstreeks aan op de
lichtaccu.
Sluit de boegschroef rechtstreeks aan op de boegschroefaccu.
Sluit de startmotor rechtstreeks aan op de startaccu.
Attentie!
Tijdens gebruik van de boegschroef, de startmotor of de omvormer lopen er zeer hoge
stromen van vele honderden Ampère. Deze stromen mogen NOOIT over de accu-
wachter-aansluitingen worden geleid.
LIGHT NEG.
Sluit hierop een kabel aan naar de minpool van de lichtaccu.
Verbindt ook de minpolen van de start- en de boegschroefaccu met de minpool van de
lichtaccu.
Hoewel zonder deze verbindingen de accuwachter functioneert zal niet de spanning van
de start- en boegschroefaccu op het bedieningspaneel worden aangegeven. Een draad-
doorsnede van 2,5 mm2is voor deze verbinding voldoende.

090303.03 7
Accuwachter BW312A / BW324A
START START START
THRUSTER THRUSTER THRUSTER
LIGHT LIGHT LIGHT
Bedieningspaneel
Maak, met behulp van de meegeleverde mal, een gat in het instrumentenpaneel of in een
schot.
Monteer het bedieningspaneel met de 4 meegeleverde schroeven.
Sluit het bedieningspaneel aan op de accuwachter door middel van de meeraderige kabel
met de 8 polige RJ aansluiting.
Toepassing van de accuwachter met 2 accu’s
Om te voorkomen dat, ter plaatse van de niet gebruikte accu-aansluiting, continu een
onderspanning wordt gedetecteerd moet de DIP schakelaar in het bedieningspaneel wor-
den ingesteld zoals in de tekening is aangegeven.

8090303.03 Accuwachter BW312A / BW324A
Installatievoorbeelden
Standaard is de accuwachter geïnstalleerd zoals aangegeven in het aansluitschema op
blz. 50. In plaats hiervan kan de accuwachter ook op een andere wijze in de installatie wor-
den opgenomen.
Een drietal installatievoorbeelden zijn gegeven in de schema’s op blz. 52 t.e.m. 57.
Technische gegevens
Type : BW312A BW324A
Algemeen
Accuspanning, nominaal : 12 Volt 24Volt .
Aantal accu’s, maximaal : 3
Maximale laadstroom dynamo : 125 A
Stroomverbruik,
met ingeschakeld bedieningspaneel : 110 mA 120 mA
met ingeschakeld lichtaccu-relais : 350 mA 250 mA
Scheidingsmosfets
Maximale stroom : 95 A
Spanningsverlies, per mosfet : maximaal 0,1 Volt bij 20 A
Relais
Maximale schakelstroom : 70 A 40 A
Onderspanningsbeveiliging van de lichtaccu,
Relais uit bij een spanning lager dan : 10,5 Volt 22 Volt
Relais in bij een spanning hoger dan : 11,5 Volt 23,5 Volt
Tijdvertraging uitschakelen : 60 s
Druppellader
Minimale laadspanning acculader : 13 Volt 26 Volt
Maximale druppel-laadstroom : 3 A
Lengte aansluitkabel paneel : 6 m
Ce manuel convient aux modèles suivants
1
Table des matières
Langues :

















